Op reis naar Albanië

0

  

Eten en drinken
De Albanees kent geen uitgebreid ontbijt. Hij drinkt alleen maar een sterke koffie. Die wordt vaak in een café of restaurant gedronken. Zo niet de gast: die krijgt niet alleen koffie, maar ook eieren, brood, fruit, vleeswaren, kos (een soort yoghurt) en feta kaas. Die feta kaas wordt ook bij de andere maaltijden gegeten.
’s Middags wordt een warme maaltijd gegeten, met daarbij vlees of vis. Dat geldt gebeurt ’s avonds laat, om een uur of negen/tien. In een restaurant kost een maaltijd met twee gangen zelden meer dan tien euro, inclusief de drank.
Dan heb je tussendoortjes zoals byrek, bladerdeeg met daarin feta kaas, uien, vlees en spinazie. Je hebt ronde byrek en driehoekige byrek. Dan heb je Qoftë (een soort frikadel) en Pita (een bladerdeeg pasteitje). Die kun je bij straatstalletjes krijgen.

In de grotere plaatsen heb je naast Albanese ook Griekse en Italiaanse (pizza-)restaurants. Op het platteland krijgt de reiziger meermalen de vraag of hij honger heeft. De tafel is er altijd rijkelijk gedekt met verse vlees of vis, aardappelen of rijst, salade, kaas, eieren, groente en brood. Na de maaltijd is er – voor de goede spijsvertering – een glaasje raki, ook bij de moslims. Die raki wordt zelfs ’s ochtends vroeg gedronken.

De Albanese keuken maakt gebruik van diverse groenten en specerijen zoals paprika, tomaten, uien, augurken, aubergines, courgettes en olijven. Knoflook wordt minder gebruikt. In de wintermaanden is er kool en wortelen.
Wat het vlees betreft: er is schapen- en geitenvlees. Dat wordt geroosterd of gegrild. Ook de ingewanden (hart, lever, nieren, hersens)  zijn geliefd. Als je met en busje onderweg bent, kan je bij cafés/eethuisjes Pilaf (rijst met vleessaus) of Kebab krijgen, aan de spies geroosterd. De Kebab kan van lams-, varkens- of rundvlees zijn.

Vis is er overal. Hij wordt vers geserveerd. In riviertjes heb je forellen. De specialiteit van Skhodër is karper. Langs de kust heb je allerlei soorten vis: baars, brasem, heek.

Een paar typisch Albanese gerechten

Albanees lam
Wordt gemaakt van lamsvlees met boter, eieren, bekers yoghurt, meel, peterselie en dille.

Kürbis
Kleine stukjes gesneden courgettes worden met eieren, suiker, meel, bakpoeder en zout tot een nieuw deegwaar getransformeerd.

Përshesh
Oorspronkelijk een armeluis gerecht, maar tegenwoordig een van de topgerechten van bijvoorbeeld het King’s Park Hotel. Oud brood wordt gemengd met ei, zout en olie. Dan gaat de vleesbouillon erin. Die trekt helemaal in het brood. Serveren met witte wijn.

Salskosi
Wordt gemaakt van huisgemaakte yoghurt die wordt ingedikt. Smaakt bijzonder goed bij geroosterd brood en tomatensalade.

Aan een toetje wordt niet zoveel gedaan. Behalve Salskosi is er soms halva, een zoet goedje, xupa (notenpudding) of Sheqerpare (in brood gebakken deegballetjes).

Er zijn enige wijngebieden: bij Korçë, Beart, Permet en Skhodër. De wijn is te koop in supermarkten. Een goede cognac is Skanderbeg Cognac. De Albanezen houden van koffie zoals de Engelsen van thee houden. Ze houden er een hele ceremonie omheen, het is het moment om de hele dag door te nemen. Van de Turken hebben de Albanezen de Turkse manier van koffie maken overgenomen.. De zeer fijne koffie wordt, samen met suiker en water, enige malen gekookt tot het schuimt. Daarnaast is er overal espresso.

Verder moeten we op drankgebied noemen: de Albanese bergthee. De originele Albanese bergthee groeit inderdaad in de bergen en wordt met de hand geplukt. De thee heeft een frisse smaak en is erg gezond. Het is biologisch,rustgevend en cafeïnevrij.

En dan is er de raki. Het is de traditionele alcoholische drank van Albanië. Veel Albanezen maken hem zelf van druiven of pruimen. Albanezen drinken behalve raki en wijn ook bier.

Religie
Van oudsher kent het land drie religies: het Grieks-orthodox geloof, het rooms-katholicisme (dat vooral in het noorden aanhang heeft en in Moeder Teresa een eigen Albanees icoon kent) en de islam. Deze laatste is weer verdeeld in een soennitische meerderheid en sjiitische minderheid. Wie in Durrës en Tirana over straat loopt, zou niet zeggen dat moslims in Albanië de meerderheid vormen. Vrouwen met hoofddoekjes zijn er zeldzaam, minaretten zijn er nauwelijks en alleen op vrijdagmiddag is er, voor wie luistert, een oproep tot gebed te horen. Op enkele kleine conflictjes na leven de verschillende religieuze groepen vreedzaam naast elkaar. En die conflictjes zijn dan ook nog meestal veroorzaakt door islamitische zendelingen van buitenaf.

In 1967 verbood Hoxha, geïnspireerd door de Chinese culturele revolutie, alle religie, zowel in de publieke als in de privésfeer. Vrijwel alle kerken, kloosters, moskeeën en tekkes werden gesloopt of omgebouwd tot sporthallen of buurtcentra. Tal van geestelijken en gelovigen verdwenen achter slot en grendel of werden, vaak zonder enige vorm van proces, vermoord.

Pas met de val het communisme, in 1990, kwam God heel langzaam terug in Albanië. In het ooit zo katholieke Skhodër trokken de eerste missen duizenden belangstellenden. In Tirana verschenen Westerse evangelisten van allerlei soort en naast het Skanderbegplein opende een enorme Albanees-orthodoxe kerk de poorten. Uit Turkije en het Midden-Oosten kwamen islamitische zendelingen naar Albanië, soms met een goed gevulde portemonnee. Maar de belangstelling was beperkt.

Het gebrek aan religieuze bevlogenheid is mede te verklaren uit het feit dat alle godsdienst hier altijd uitheems was en is. De islam kwam uit Istanboel, en verder weg Arabië, het katholicisme uit Rome en het Grieks van de orthodoxe eredienst, was al net zo onbegrijpelijk voor de Albanees.

Taal
Volgens de meeste wetenschappers stamt het Albanees uit het Illyrisch. Daarmee is het de oudste Indogermaanse taal. Hoewel de taal in de loop der eeuwen door diverse bezetters onderdrukt werd, wordt het nog steeds gesproken. De geschreven taal heeft zich langzaam ontwikkeld. In 1908 werd definitief gekozen voor het Latijnse alfabet. In 1920 werden de orthografische regels vastgelegd. Hoxha verklaarde, tijdens zijn regeerperiode, het Toskische dialect, tot schrijftaal (hij kwam zelf uit deze streek). In het noorden en Kosovo wordt het Gegische dialect gesproken. Maar men verstaat elkaar ondanks het dialect.

Het Albanees wordt behalve in Albanië en Kosovo gesproken in Zuid-Italië, en ook in delen van Macedonië, Montenegro en Noord-Griekenland (Epirus). Ook in de diaspora ( Canada, Amerika, Europa, Turkije en Egypte) wordt Albanees gesproken.

In het noorden en in Tirana spreken veel Albanezen Italiaans. In Tirana spreken sommigen ook Engels, Duits of Frans. In banken en (grotere) restaurants kun je met Engels terecht. Veel jonge mensen spreken redelijk Engels.

Fooien
In taxi’s hoef je geen fooi te betalen. In restaurants is 10% fooi gebruikelijk.

Landschap
Albanië grenst in het noorden aan Montenegro, in het noordoosten aan Kosovo, in het oosten aan Macedonië en in het zuiden aan Griekenland. Het is een van de hoogst gelegen landen van Europa met een gemiddelde hoogte van 700 meter. Er zijn drie bergketens: de Noord-Albanese Alpen, de Korabi keten met de gelijknamige hoogste berg van Albanië en het Epirusgebergte.  En dan heb je nog het bergmassief Tomorr in het oosten van het land. De Albanezen noemen het liefdevol Baba Tomorr, papa Tomorr oftewel ‘de leeuwen die de deur van Albanië bewaken’. Onder Albanië bevindt zich de grens tussen de Euraziatische en de Afrikaanse tektonische plaat, waardoor er aardbevingen kunnen voorkomen. De laatste was in 1979.

Albanië heeft een kustlijn van 300 km, waaronder de ‘Albanese Riviera’  aan de Ionische Zee. Langs de Adriatische kust zijn er lange zandstranden. Talrijke rivieren komen in de zee uit. Er zijn in zee wadachtige vlakten waar talrijke exotische vogels zich thuis voelen.
Het land beschikt over een overvloed van waterkracht. Er zijn 11 belangrijke rivieren met 152 zijtakken. De belangrijkste zijn de Zwarte Drin en de Witte Drin. De Zwarte Drin begint ten zuiden van het Ohridmeer en gaat 282 km lang via doorkloven berglandschappen naar Kukës, waar hij zich met de Witte Drin, die uit Kosovo komt, verenigt. Bij Shkodër gaat hij samen met de Buna om uit te monden in de Adriatische Zee.

De Shkumbin gaat in het midden van het land van het oosten naar het westen. In de Shkumbin vlakte bouwden de Romeinen de Via Egnatia, die van Durrës naar Constantinopel voerde. In het oosten, aan de grens met Macedonië, zijn een paar grote meren als het Ohridmeer en het Prespameer die beide zeer diep zijn. Het Ohridmeer 300 meter. In beide meren zit veel vis. Het Skutarimeer in het noorden is het grootste meer van de Balkan, maar niet erg diep.

De rivieren en meren worden gebruikt voor bevloeiing, voor opwekking van elektriciteit, voor de visvangst en als toeristenattractie.

Het landschap is nog redelijk onberoerd, ideaal voor planten en dieren. In het waddengebied aan de Adriatische kust zijn er veel broedplaatsen van water- en moerasvogels. Er wordt veel overwinterd. In het Skutarimeer en de Buna die er in uitkomt zijn grote vogelpopulaties. Er zijn 270 soorten geteld, waaronder pelikanen, aalscholvers, lepelreigers, grauwe reigers, wilde duiven en talloze eendensoorten. Moerasplanten zorgen voor een groen tapijt. Het meer zit vol vis, onder andere karpers en forellen. En ook paling, moeralen en zeepaling. Met een beetje geluk zie je ook zeehonden, robben en dolfijnen. Er zitten geen haaien.

Ook in de Karavasta-lagune bij Durrës zitten zeldzame vogelsoorten. In het Prespa- en Ohridmeer zit veel vis, onder andere de Koran-vis, een zalm-forel die op de menukaart van alle naburige restaurants staat.
In de wouden zitten nog wilde dieren als wolven, beren, wilde zwijnen, gemzen, lynxen en andere wilde katsoorten. In het hooggebergte zijn er arenden. In vochtige gebieden slangen en adders.

De vegetatie is divers. Er zijn 3000 verschillende plantensoorten. Veel planten komen alleen in Albanië of omgeving voor, waaronder heilzame kruiden die voor medicinale doeleinden gebruikt worden. Enige wouden zijn vanwege de soortenrijkdom tot Nationaal Park benoemd. Er zijn hier geen hotels, noch kampeerterreinen, noch infrastructuur.  In het Lura Park is men begonnen hutjes te bouwen. Er kan in Albanië wild gekampeerd worden, maar soms moet je hiermee oppassen.

Klimaat
In Albanië is een Middellandse Zeeklimaat. Zomers zijn heet en droog, winters mild en nat. Hoe hoger je komt hoe meer variatie er is. De lente begint vroeg, maar de eerste stevige regen is er pas in de herfst. Van mei tot oktober kun je in de zee zwemmen met watertemperaturen van ca. 23 C. Aan de kust zijn er 270 tot 300 zonnige dagen. De heetste maand is juli, de koudste januari. In de buurt van de zee is er altijd een verfrissende bries.

De winters in Tirana kunnen vanwege regen onaangenaam zijn. De straten zijn dan erg smerig. Maar ook in de zomer kan het tegenvallen vanwege temperaturen van 40 C. In het hooggebergte in het noorden en oosten van het land is er kans op sneeuw van november tot maart. De hoofdstraten worden meestal sneeuwvrij gemaakt, maar in de rest van de straten blijft de sneeuw liggen.

De beste reistijd voor Albanië is van april tot juni. Dan staan de appel- en kersenbomen in volle bloeien er vele bloemen in het landschap. In de hoogzomer drogen grote stukken land uit en verdorren. Toeristen moeten oppassen op bosbranden. Ook de vroege herfst (september en oktober)  is een aangename reistijd.

Geldzaken
Lokale valuta is de Lek. 1 euro = 135 Lek. Je kunt de Lek buiten Albanië noch kopen, noch verkopen. In de grotere steden zijn geldwisselkantoortjes in de kleinere is Western Union en Money Gram aanwezig. In alle steden zijn er geldautomaten waar je met electronic cash kaartjes (pasjes) geld kunt ophalen. Creditcards van Visa, Master en American Express worden in de grotere hotels geaccepteerd, maar niet in winkels en kleinere hotels. V-Pay is er niet.

Ambassade
Ambassade van Albanië in Nederland
Hoge Nieuwstraat 22, 2514 EL Den Haag
tel. 070-4272101, fax 070-4272083
website: http://www.punetejashtme,gov.al/
email: embalba@xs4all.nl
Ambassadeur: mevrouw Adia Sakiqi

Nederlandse ambassade in Tirana
Rruga Asim Zeneli 10, Tirana
telefoon +355 4 2240828
fax+355 4 2232 723
Ambassadeur: mevr. Dewi van de Weerd
website http://albanie.nlambassade.org/organization/locations/ambassade-in-tirana.html
email: tir@minbuza.nl

Ambassade van Albanië in België
Keverslaan 11, 1000 Brussel
tel: +32 2 640 1422, fax: +32 2 640 2858
website: http://www.ambasadat.gov.al/belgium/en/
email: embassy.brussels@mfa.gov.al
Ambassadeur: dhr. Ilir Tepelana

Ambassade van België in Tirana
Rr. Skenderbej, AP. 8 Blue Building
tel: +355 42 400 612/3, fax: +355 42 400 613
website: www.diplomatie.be/tirana/
email: burobeltirana@hotmail.com
Ambassadeur: Mr. Ivan Feys, Charge d’Affaires a.i.

Bevolking
Albanië heeft 3.639.500 inwoners (2009). 95 procent van de bevolking is etnisch Albanees, 3 procent Grieks en 2 procent andere herkomst (Vlach, Roma, Bulgaars en Macedonisch). Het Albanees is de officiële taal.

Ongeveer 600 voor Chr. arriveerde een Indogermaanse groep mensen van Illyrische herkomst in het zuidwestelijk deel van de Balkan, het huidige Albanië. Op het eerste gezicht is de huidige bevolking vrij homogeen. Als we preciezer kijken, zien we dat er verschil is tussen de mensen in het noorden en in het zuiden. De grens tussen de twee landsdelen wordt gevormd door de Shkumbin rivier. In het dal van de Shkumbin bouwden de Romeinen hun doorgangsweg: de Via Egnatia.

De mensen in het zuiden, de Tosken, gelden als kosmopolitisch en wendbaar. Die uit het noorden, de Gegen, gelden als trouw en strijdbaar, moedig en vrijheidslievend. De eer en het gegeven woord zijn heilig. Beide bevolkingsgroepen zijn gastvrij en gesloten tegelijkertijd.

In het zuidwestelijk deel van het land leeft de grootste minderheid: de Grieken. Dat zijn er zo’n 55.000. Op sommige plaatsen wordt zelfs in het Grieks les gegeven. Door de werkloosheid in Albanië zijn veel Grieken weer naar huis gegaan. Er zijn spanningen tussen de Albanezen en Grieken, voortkomend uit mentaliteits- en historisch verschil.

Over het hele land leven de Roma. De meesten doen niet mee aan het economische en politieke leven. Er heerst veel armoede onder hen.

Religie
Sedert de eerste eeuw kreeg het Christendom in Albanië voet aan de grond. De Apostel Paulus schijnt in Durrës gepreekt te hebben. In de zesde eeuw stond het land vol met mooie kerken en kerkjes. Met de deling van het Romeinse Rijk in het Oostromeinse en Westromeinse Rijk, raakten delen van Albanië onder invloed van het oosten. Maar in het noorden van het land, bleef de invloed van het westen.

In de vijftiende eeuw werd Albanië in verregaande mate geïslamiseerd. In 1987 verklaarde Enver Hoxha Albanië tot de ‘eerste atheïstische staat van Europa’ en verbood de uitoefening van welk geloof dan ook. Zijn motto was: ‘De religie van de Albanezen is Albanië’. Kerken en moskeeën werden vernield of kregen een andere bestemming.

Sinds mei 1990 is godsdienst weer toegestaan, maar voor de meeste Albanezen speelt religie een ondergeschikte rol. Sinds de tijd van Skanderdeg (1405-1468) is religieuze tolerantie een kenmerk van de Albanese samenleving. Moslims en christenen leven vreedzaam met elkaar, zelfs binnen een familie.

Op dit moment is volgens onofficiële schattingen 50 procent van de Albanezen moslim, en 35 procent rooms-katholiek of Grieks-Orthodox. De bekendste persoonlijkheid in Albanië is de rooms-katholieke Moeder Teresa (Gonxhe Bojaxhi). In het oosten van het land proberen de Baptisten aanhangers te vinden. Sommige mensen sluiten zich aan om pragmatische overwegingen (toegang tot school en ontwikkeling). De Orthodoxe Kerk van Albanië is autonoom, ze heeft een eigen bisschop. Een bisschop, Fan Noli, was zelfs korte tijd minister-president (1924). Er is een kleine joodse gemeenschap, die in de Tweede Wereldoorlog gesteund werd door de bevolking.

Een belangrijke tak van de Islam in Albanië is de Bektashi-secte, opgericht in de dertiende eeuw en in 1925 uit Turkije uitgewezen. De belangrijkste aanhangers vluchtten naar Albanië, waar ze nog steeds wonen. De derwishen of ‘babas’ proberen mythische elementen van het volksgeloof in hun diensten te betrekken. De Bektashi bidden bijvoorbeeld voor bergen, zoals de berg Tomorr, ‘Baba Tomorr’. Verder richten ze pelgrimsoorden op in de buurt van graven van bijzondere persoonlijkheden, die dan vereerd worden. De Bektashi-secte vormt de vierde religie van Albanië.

Ofschoon het land officieel islamitisch is, krijg je, al reizend door het land, niet erg die indruk. Vrouwen zijn niet gesluierd en zien er westers uit. Zelden komt men een Albanees tegen die vijf maal per dag bidt.

Internet
Breedband is goed beschikbaar. Steeds vaker bieden hotels, luchthavens, restaurants, bars en andere openbare ruimten internet, ook draadloos. Er zijn nauwelijks cybercafés. Je moet wel oppassen voor roamingkosten.

Telefoneren
Internationaal toegangsnummer: 355;
Vanuit Nederland naar Albanië: 00 – 355 – netnummer zonder 0 – abonneenummer;
Vanuit Albanië naar Nederland: 00 -31 – netnummer zonder 0 – abonneenummer.

Mobiel bellen
Je kunt je Nederlandse mobieltje gebruiken. Raadpleeg de provider voor roamingkosten;
De netwerken bieden samen volledige dekking, behalve in afgelegen gebieden inclusief de bergen;
Er is een 4G-netwerk (internet).

Elektriciteit
Voltage: 230 volt. Stopcontacten hebben twee ronde gaten en kunnen geaard of ongeaard zijn.
Je hebt geen verloopstekker (wereldstekker) nodig.

Medische zorg
Het niveau van de medische zorg is laag, vooral buiten Tirana. In geval van nood kun je naar de eerste hulpafdeling van het plaatselijke ziekenhuis. Sluit een goede reisverzekering af. Soms moet je contant betalen voor geleverde medische zorg. In geval van ziekenhuisopname of specialistische zorg, kun je het best direct contact opnemen met je verzekering. Voor informatie en ondersteuning kun je terecht bij de Nederlandse Ambassade in Tirana.

Feestdagen

Nieuwjaar                                    1 januari
Zomerdag                                   14 maart
Nevruz-dag                                 22 maart
Meidag                                       1 mei
Dag van Moeder Teresa                19 oktober
Onafhankelijkheidsdag                 28 november
Bevrijdingsdag                            29 november
Kerstmis                                     25 december

Festivals
Summer Day Festival, 14 maart. Het epicentrum van het festival is in de regio Shkumbin in Elbasan, maar het wordt ook op grote schaal gevierd in Tirana en zelfs in de Albanese kolonies in Italië. Sinds 2004 is het een officiële vrije dag;

Nevruz, 21 maart 2017, het Lente Festival, in iedere plaats wordt het festival op eigen wijze gevierd. Het stamt af van het Zoroastrisme.

Tirana Film Festival, 1 – 8 juni 2016

Albania Dance Meeting in Durrës, 1 – 30 oktober. Een internationaal festival voor moderne en hedendaagse dans.

Aïd el-Kebir, (het grote feest / het feest van het schaap) 1 en 2 september. Belangrijk familiefeest. Er wordt een schaap geslacht, gebraden en door de familie opgegeten. De schapen worden een week voor het feest op een enorme markt gekocht. Het feest herdenkt het offer van Abraham. Wordt gevierd in Bajrami i Vogël.

Fitr Bayrami, op het eind van de Ramadan, 26 juni 2017. Iedereen komt bij elkaar voor het vroege ochtendgebed in de moskee. Daarna gaat men eten met familie, buren en kennissen. Iedereen krijgt een of meer cadeaus. De armen krijgen aalmoezen.

Cultuur (gewoonten en gebruiken)
Een belangrijke eigenschap die je in Albanië moet hebben is geduld. Het Albanese woord is ‘durim’. De tijd tikt in Albanië anders. Een afspraak op een vaste tijd kent men niet. Als je het toch doet, moet je er niet van staan te kijken dat de ander veel later komt. Maak je dan niet druk, want zo gaat het leven hier.

Daarnaast heb je het Albanese gewoonterecht, de Kanun. Die geldt zeker nog in het noorden. Het gegeven woord, ‘besa’ heeft grote kracht. Er is daarnaast de persoonlijke eer. Albanezen zijn zeer gevoelig voor bepaalde woorden die beledigend bedoeld zouden kunnen zijn. Alleen wraak of zelfs bloedwraak kan de persoonlijke eer herstellen. In het bergland van Pukë zijn er nog enige families die bloedwraak op elkaar gezworen hebben.  Buitenlanders zijn van bloedwraak overigens uitgesloten.
De algemene wet van de Kanun is dat alle mensen gelijk zijn en daarom moet iedereen gerespecteerd worden. Wel hebben vrouwen minder rechten dan mannen.  As vrouwen zelfstandig worden, bijvoorbeeld een auto besturen, wekt dat in bepaalde regio’s bij sommige mannen rare reacties op. Ze gaan dan inhalen of toeteren.
Het familieverband is heilig. Oude mensen zijn geliefd, worden gerespecteerd en blijven vaak tot hun dood bij de kinderen. Zonen en dochters blijven in de familie tot ze trouwen. Meisjes trouwen liefst zeer vroeg, vanaf hun vijftiende. Samenleven zonder getrouwd te zijn kan niet. In landelijke gebieden zijn sommige huwelijken clan-gestuurd. Van trouwerijen wordt een heel festijn gemaakt. Velen worden uitgenodigd, 200 man is niet ongebruikelijk. Een vrouw stijgt in de achting als ze zonen heeft gebaard.  Scheidingen komen weinig voor.

Ook van een begrafenis wordt veel werk gemaakt. Er wordt hoorbaar getreurd. Veertig dagen na de dood van de overledene komen familieleden en vrienden bijeen om herinneringen te delen aan de gestorvene. Er is een overvloedige maaltijd.

Als Albanezen gestorven zijn bij een auto-ongeluk, worden er vaak monumentjes in de berm van de weg gemaakt met een foto van de verongelukte. Er worden bloemen en plantjes neergezet.

In Tirana zie je de ontwikkeling naar een moderne maatschappij. Weinig of geen hoofddoekjes en de meisjes (en jongens) zijn modern gekleed.
Er is grote solidariteit met de Albanezen buiten het land. Tijdens de Kosovo –crisis werden meer dan 700.000 vluchtelingen opgenomen. In de Tweede Wereldoorlog is geen enkele jood aan de Duitsers uitgeleverd. De Albanezen staan als volk bekend om hun moed, daadkracht en bereidheid risico’s te nemen.

In- en uitvoerbepalingen

Alcohol
Personen van 18 jaar en ouder mogen vrij invoeren
1 liter drank met alcoholgehalte van meer dan 22 procent;
2 liter drank met alcoholgehalte van minder dan 22 procent (of mousserende wijn);
2 liter wijn;
10 liter bier.

Tabak
Personen van 15 jaar en ouder kunnen meenemen
200 sigaretten;
100 cigarillo’s;
50 sigaren;
250 gr. tabak.

Levensmiddelen
Maximaal drie kilo koffie per persoon.

Geschenken
Geschenken mogen ingevoerd worden tot een waarde van 215 euro, voor personen onder 15 jaar is dat 108 euro.
Er mag 50 gr. Parfum en 0,25 l eau de toilette ingevoerd worden.

Openingsuren
Banken zijn geopend van maandag t/m vrijdag van 7.00 tot 15.00 uur. De musea zijn geopend van 9.00 tot 19.00 uur. De winkels zijn open van 9.00 tot 17.00 uur.

Souvenirs
In Kruja, zo’n 30 kilometer ten noorden van Tirana, bood de volksheld Skanderbeg 25 jaar weerstand tegen de Ottomanen. Er is een museum dat er uit ziet als een feodaal kasteel. De bazaar, één lange straat, is de perfecte plek om souvenirs te kopen. Van houtsnijwerk, lampjes tot en met sjaals. Er kan afgedongen worden.

Fotografie
je kunt mooie foto’s maken in Albanië, van de natuur en de mensen. Vraag altijd toestemming als je mensen wilt fotograferen. Vraag dat ook in musea en religieuze gebouwen.

Tijdsverschil
Er is geen tijdsverschil

Veiligheid
Er zijn geen bijzondere veiligheidsrisico’s voor het reizen in Albanië. Wel is de verkeerssituatie onveilig, vooral buiten de hoofdwegen en na zonsondergang.

Walter van Teeffelen

About Walter van Teeffelen

Walter van Teeffelen woont sinds 1981 in Den Haag en houdt zich als Hoofdredacteur van inZaken.eu met meerdere zaken bezig. Hij heeft veel ervaring met het schrijven van artikelen en andere stukken over internationaal zaken doen. Met een achtergrond van (culturele) Fondsenwerving is Walter een enorme aanwinst voor inZaken.eu.

Facebooktwittergoogle_pluslinkedintumblrmailFacebooktwittergoogle_pluslinkedintumblrmail
Share.

Comments are closed.