Bestuur en toerisme

0

toerisme - 1                toersime - 2

Bestuur en toerisme

Noodtoestand

Terwijl ik het volgende stukje, over het toerisme aan het schrijven ben, bereikt mij het bericht dat de noodtoestand in Hongarije zou zijn uitgeroepen. Verbazingwekkend omdat het – net zo verwarrend – eigenlijk niet verbazingwekkend is.

In het land wordt er dan ook erg lauw op gereageerd. Zelfs de internationale pers vindt het eigenlijk de moeite niet waard om er uitvoerig melding van te maken.

Extra militairen en politie
Hongarije had haar zuidelijke grenzen vanwege de vluchtelingenstroom al zo goed als hermetisch afgesloten. Bovendien zijn er erg veel troepen en is de politie actief om een extra oogje in het zeil te houden. Daardoor was de vluchtelingenstroom vanuit Turkije en Griekenland al afgebogen richting Slovenië, om via Oostenrijk naar west Europa te trekken.

Omdat de meeste Balkan landen (Hongarije ligt feitelijk ten noorden van de Balkan) en Oostenrijk nu ook hun grenzen sluiten, gebruikt Viktor Orbán, de Hongaarse premier, dit als argument om net voor een van de nationale feestdagen – op 15 maart – de noodtoestand uit te roepen. Het zal een reden zijn om extra militairen en politie in actieve dienst te roepen, niet zo zeer aan de grenzen (wat gezegd wordt), maar om overal in het land anti Orbán, anti Viktor en anti Fidesz partij demonstraties onder controle te houden, of, en dat is de enige angst in sommige kringen, te onderdrukken.

Geschiedenis
Rond de helft van de 19e eeuw waren overal in Europa sociale onrusten. België bijvoorbeeld maakte zich onder andere onafhankelijk van Nederland en Frankrijk. De Hongaren hadden genoeg van de Habsburgse overheersers die de Turken na hun 150 jarige bezetting hadden opgevolgd. De Hongaren wilden niet langer knecht zijn in hun eigen land.

Net als nu, was de oppositie niet voldoende eensgezind om de Habsburgers en het te hulp geschoten Russische Tsarenleger te weerstaan. Met uitzondering van enkele kleine wijzigingen werd het beleid voortgezet en hadden de Hongaarse aanstichters, nu helden, Sándor Petőfi en Lájos Kossuth hun strijd feitelijk verloren. Het ziet er naar uit dat de geschiedenis zich binnenkort herhaalt, de vraag is alleen hoe!

Toerisme
Regelmatig heb ik contact met een dame die – intussen gepensioneerd – voorzitter (-ster) was van de Hongaarse journalisten vereniging en nog altijd in die branche een leidinggevende functie heeft en in vakkringen gezien is en gerespecteerd wordt. Zij schrijft nog altijd voor verschillende organisaties, onder andere ook een wat onafhankelijker nationale toeristische uitgever. Daardoor bestaan onze contacten.

Anderhalve week geleden was in Boedapest de Hongaarse vakantiebeurs (Utazás Kiállítás) en natuurlijk was zij daar van de partij om tientallen van haar oude contacten te ontmoeten, lezingen bij te wonen, nieuwtjes te horen, zich te laten verwennen en uit te laten nodigen. Na afloop hadden wij weer email contact en schreef ze opnieuw iets opmerkelijks, waarover wij al veel hebben gesproken en dat ik U niet wil onthouden: letterlijk

“…Budapest után Nyugat-Magyarország a legtöbb vendégéjszakával bíró hely. Nálunk nem igazán szeretik a kempingeket, “kinőttük” őket, már nem kényelmes számunkra, jobban szeretik a magyarok a szállodákat, vagy magánházakat, a vidéki többnapraforgós pihenést…”

Of te wel, “Na Boedapest biedt West Hongarije het grootste aantal overnachtingen” en “In Hongarije zijn campings niet het meest geliefd. Wij zijn dat ontgroeid, niet voldoende comfortabel, de Hongaren waarderen hotels, privé onderkomens en het dorpstoerisme beter.”

Moeders wil is wet
Die opmerkingen zijn een paar buitengewone en ook voor Nederlanders interessante opmerkingen, die alles omvatten waar ik mij al de nodige jaren voor inzet, maar in het algemene Hongaarse denken en de Hongaarse toeristische scholing zo diep zijn ingebakken dat zij de toeristische vooruitgang in Hongarije blijven belemmeren…

Mijn bron heeft deze wetenschappen van de Hongaarse variant van het Nederlandse Bureau voor Toerisme en Congressen (NBTC), Magyar Turizmus Zrt. dat de komende dagen, weken zelf ook de nodige veranderingen zal ondergaan. Het minst belangrijke is een te verwachten naamsverandering die het functioneren niet zal veranderen, alleen en alweer een hoop geld gaat kosten, daarnaast zal in een ander besluit het Toeristische staatsorgaan feitelijk onder een ministeriële (democratische) verantwoordelijkheid worden uitgehaald, door een (niet democratisch gekozen) regeringscommissaris aan te stellen en hem/haar de leiding te geven, dat alles in het kader van “Moeders wil (in dit geval: Viktor Orbán’s wil) is/wordt wet” (een 50-er jaren Nederlands radio programma; was iedere werkdag ’s morgens om 10:00 uur).

Geld pompen in toerisme
Het gezegde dat na Boedapest West Hongarije de meeste nachten onderdak biedt aan toeristen is waar en logisch. Immers, west Hongarije ligt het dichtste bij de westelijke buurlanden, voor wie Hongarije tot in Duitsland een uitstekende weekeinde bestemming is waarbij een deel van de reis en verblijfkosten door het boodschappen doen in het veel goedkopere Hongarije wordt terug verdiend. Boedapest ligt dan wel weer wat verder van de grens (174 km volgens Google), maar Boedapest is zo bekend en heeft zoveel bezienswaardigheden dat Boedapest automatisch alle aandacht en toeristen krijgt.

Bevreemdend is dat, ondanks dat grote aantal bezoekers, enorme autobus- en “normale” parkeerproblemen, de Hongaarse staat geld blijft pompen in toerisme bevorderende maatregelen. Pogingen om het toerisme naar de rest van het land te bevorderen zijn, zoals overheden en gemeentebesturen mij vaak genoeg hebben gezegd, commerciële aangelegenheden, die de bedrijven daar – in tegenstelling tot Boedapest – zelf maar moeten oplossen…!

Resultaten van subsidiegeld pompen naar daar, waar het niet echt nodig is, is natuurlijk altijd succesvol en een mogelijkheid voor nietsnutten om zich met de resultaten (waar zij niets aan hebben bijgedragen) op de borst te kloppen.

Campingtoerisme
Hetzelfde verhaal in een andere context past op de mening over campingtoerisme. De Hongaarse toerisme autoriteit bestaat vrijwel uitsluitend uit mensen zonder vak-, of met een hotel-toeristische, achtergrond en heeft besloten dat campingtoerisme primitief en armoedig is. Daar valt weinig aan te verdienen en wordt door de overheid dan ook niet gepropageerd.

De statistische resultaten zijn er dan ook naar: vanuit mijn werkzame leven herinner ik mij dat van alle toeristische overnachtingen in hotels, motels, pensions, B&B, “Zimmer Frei”, bungalows, appartementen, campings enzovoort, 23% (een grote meerderheid) naar campings gaat. Voor Nederland is dat zelfs meer dan 30%, terwijl Hongarije blijft steken op minder dan 7%.

Voor de hotelmensen in de “tourist board” is één van de argumenten die telkens weer worden genoemd, de minimale inkomsten die de overheid ontvangt van campingtoeristen. Vergeten wordt, dat campingtoeristen ook uit eten gaan, boodschappen gaan doen (wel meer dan hoteltoeristen zelfs) en minder korting (kunnen) claimen dat reisorganisatoren voor hun groepen en individuele toeristen doen (Booking.com enz.).

Bestaande campings
Betekent dit alles dat Hongarije voor Nederlandse campingtoeristen niets te bieden heeft? Zelfs geen camping?

Er is een tendens zichtbaar. De Hongaarse campings bieden in principe (uitzonderingen daargelaten) niet wat toeristen zoeken en vragen. Of ze bieden een alles behalve gezellige indeling met een optimaal grondgebruik, een parkeerplaats voor caravans waarin gewoond wordt alsof het rijtjeshuizen zijn, of ze bieden een niet zo georganiseerde gezelliger indeling maar, omdat daarvoor het investeringsniveau lager is, ook een minder kwalitatieve infrastructuur, sanitair en zo .

Mogelijkheden
Hongarije is een relatief vlak land dat grenst aan de Alpen in het westen, en de Karpaten in het noorden en uitlopers van de Karpaten in het zuiden tot vlak bij de Adriatische zee. Uitlopers van de Alpen wordt in West Hongarije het Bakony gebergte genoemd, een gebied dat met de Ardennen vergeleken kan worden met Bauxit (aluminium erts) winning, porselein en kristal industrie.

Hongarije heeft twee, eigenlijk drie toeristisch interessante meren. Natuurlijk het alom bekende Balatonmeer, tussen het Balatonmeer en Boedapest het Velence meer en naar het oosten een stuwmeer in de Tisza rivier, het Tisza meer, dat door haar ouderdom intussen tot een natuurreservaat is verworden.

Als gevolg van een hoge grondwaterstand van de tussen de bergen liggende Hongaarse laagvlakte en de brandende zon op het oppervlak, verhardt de oppervlakte zich, concentreren de bodemzouten zich en vormen zo de beroemde Hongaarse poesta gebieden, waar alleen de hardste, taaiste en sterkste grassoorten groeien. De voornamelijk kleine steden ademen nog altijd een vroegere sfeer waar ouderwetse warenhuizen met moderne artikelen, traditie volkskunst sfeerbepalend zijn en ondanks dat de Hongaren klagen over hun moderne stress, is het leven in Hongarije een rustgevende verademing.

Heel wat Nederlanders en Belgen hebben zich intussen – na hun vakanties – hier in Hongarije gevestigd. Vaak zien zij vanuit hun amateurisme mogelijkheden voor het beginnen van een (mini) camping of een pension of iets dergelijks. Helaas is de minimale investeringsgedachte geen aanmoediging voor de Hongaren om meer en beter “camping minded” te worden en trekt het jaarlijks stijgende aantal kamperende Hongaren met hun campers en caravans naar het Hongaarse buitenland. Een beetje tegenstrijdig met de economische omstandigheden? Ja, dat klopt helemaal, ook met de Hongaarse realiteit.

Wie durft?
Het wachten is nu op Nederlanders met verstand van kamperen die op geschikte plaatsen, met wat bezienswaardigheden in de omgeving, gezellige campings in willen richten met een voorbeeld infrastructuur zoals in Nederland, om Nederlanders, Duitsers, Oostenrijkers, Italianen, noem maar op, en ook de Hongaren, kwalitatief goede vakanties aan te bieden. Voor dat soort ondernemers is er plaats en gelegenheid genoeg om aantrekkelijke winsten te maken.

Behalve campings moet vaak ook aan de bijbehorende toeristische infrastructuur worden gedacht, zoals het presenteren van bezienswaardigheden, musea, sport en familieattracties.

Zoals gebruikelijk kan iedereen die daar behoefte toe voelt altijd contact met mij opnemen.

 

Bij de plaatjes: 1) Eindelijk heb ik mijn huis opgeknapt!, 2) In de bibliotheek: Een boek over de Hongaarse verbetering? Humor en moppenblaadjes beneden, op de begane grond!

 

Frits Niessen

About Frits Niessen

Frits Niessen was in 1992 medeoprichter van het Hongaarse Campingverbond MAX en bleef bestuurslid tot 2013. Hij schreef het "het camping hand- en lesboek" - voor de toeristische hogeschool in Boedapest - en werd voor zijn activiteiten in 2006 uitgeroepen tot "camping Manager van het jaar". Zijn artikelen zijn al eerder op websites en in Hongarije in Zaken gepubliceerd en nu zal hij ook geregeld gaan publiceren op inZaken.eu.

Facebooktwittergoogle_pluslinkedintumblrmailFacebooktwittergoogle_pluslinkedintumblrmail
Share.

Leave A Reply